Antwoord vraag 1
Hoe is het mogelijk een uitermate effectieve cardiotraining te krijgen in slechts 4 minuten per dag?
BENODIGDE TIJD VOOR EEN EFFECTIEVE CARDIOTRAINING
De tijd die nodig is voor een effectieve cardiotraining hangt af van de mate van zuurstofverbruik tijdens de training. Hoe meer zuurstof er tijdens de training wordt verbruikt, des te korter is de benodigde duur van een cardiotraining. Met andere woorden, de kwaliteit van de training bepaalt de benodigde duur. Het betrekken van meer spiercellen bij de inspanning betekent een hoger zuurstofverbruik en dus tevens een kortere benodigde duur. De ROM zorgt ervoor dat zelfs mensen zonder enige conditie en ouderen een veel hoger zuurstofverbruik kunnen bereiken dan met conventionele lichaamsbeweging. Daardoor kunnen mensen de duur van hun lichamelijke inspanning verkorten en toch superieure resultaten behalen.
DE MYTHE VAN 20 TOT 25 MINUTEN
Bijna iedereen gelooft (ten onrechte) de mythe dat een effectieve cardiotraining minstens 20 tot 45 minuten per dag in beslag neemt. De waarheid is dat de hoeveelheid zuurstof die tijdens de inspanning wordt gebruikt de benodigde duur voor een cardiotraining bepaalt. Hoe meer zuurstof er tijdens de training wordt verbruikt, des te korter is de benodigde duur van de training. Zuurstofverbruik wordt uitgedrukt in milliliters zuurstof per kilogram lichaamsgewicht per minuut (ml O2/kg/min). Bij de gebruikelijke vormen van lichaamsbeweging is het voor een niet-getrainde, doorsnee individu bijna onmogelijk de hoge mate van zuurstofverbruik te bereiken die nodig is voor een korte en effectieve cardiotraining. Met de ROM machine zullen niet-getrainde individuen met gemak het hoge zuurstofverbruik behalen dat slechts in enkele minuten zorgt voor een effectieve aerobische training. Dit hoge zuurstofverbruik levert vergelijkbare en zelfs betere resultaten op dan de gewone aerobische trainingsvormen van 20 tot 45 minuten die in het algemeen worden gevolgd. TNO heeft in 2006 het energieverbruik van een ROM-training gemeten en vergeleken met het energieverbruik op een fietsergometer. TNO heeft geconstateerd dat het energieverbruik tijdens de ROM-training hoog is, maar ook dat in de tien minuten na afloop van de training nog steeds ruim tweemaal zoveel energie wordt verbruikt als in rust.
Klik hier om dit TNO-rapport te openen.
Om dit te kunnen begrijpen dient men onderstaande technische verklaring te lezen en begrijpen:
BENODIGDE TIJD VOOR ANDERE TRAININGEN
Het wandelen met een snelheid van ongeveer 5 km per uur resulteert in het lage zuurstofverbruik van 7ml O2/km/min. Er zal dan ook ongeveer 85 minuten moeten worden gewandeld wil men belangrijke resultaten merken voor het hart- en bloedvaten. Door met een snelheid van ongeveer 24 km per uur te sprinten wordt een hoge 50 tot 60mlO2/km/min verbruik behaald en is derhalve slechts een duur van 3 minuten vereist teneinde belangrijke resultaten te behalen. In onderstaand tabel wordt een overzicht gegeven van verschillende activiteiten zoals wandelen, joggen, hardlopen, het daarbijbehorend zuurstofverbruik en benodigde duur voor het behalen van effectieve resultaten.
- wandelen met een snelheid van ± 5 km per uur
7mlO2/km/min
85 minuten - joggen met een snelheid van ± 6,5 km per uur
14mlO2/km/min
35 minuten - hardlopen met een snelheid van ± 9 km per uur
21mlO2/km/min
18 minuten - hardlopen met een snelheid van ± 10,5 km per uur
28mlO2/km/min
12 minuten - hardlopen met een snelheid van ± 13 km per uur
35mlO2/km/min
8 minuten - hardlopen met een snelheid van ± 14,5 km per uur
42mlO2/km/min
6,5 minuten - hardlopen met een snelheid van ± 24 km per uur
60mlO2/km/min
3 minuten
- Totale hoeveelheid spiermassa.
- Bewegingsbereik van de spieren bepaalt het percentage spiercellen dat wordt benut.
- Aantal herhalingen in spierbeweging per minuut.
- Mate van weerstand.
Met wandelen wordt 25% van de spieren gebruikt en die spieren worden gemiddeld slechts over 15% van hun bewegingsbereik belast. Dit houdt in dat slechts 25% x 15 = 3,75% of minder dan 4% van het totale aantal spiercellen bijdraagt aan het zuurstofverbruik tijdens het wandelen. Deze 3,75% van alle spiercellen zal meer zuurstof verbruiken naarmate er sneller wordt gewandeld (of indien men gaat joggen of hardlopen) of wanneer bijvoorbeeld omhoog wordt gelopen. Om een hogere mate van zuurstofverbruik te bereiken met slechts 3,75% van de spiercellen, moeten die spiercellen zeer getraind zijn, zoals bij topsporter. Om van A naar B te kunnen komen is wandelen een efficiënte activiteit; het zuurstofverbruik is dan ook erg laag. Voor een cardiotraining is energievragende inspanning gewenst, inspanning waarbij een grote hoeveelheid energie nodig is om de taak te kunnen volbrengen. Het probleem is echter dat het lievelingsrecept van de meeste artsen voor wat betreft lichaamsbeweging is om te gaan wandelen. Deze artsen verwachten ten onrechte dat patiënten hun advies zullen opvolgen en 45 tot 90 minuten per dag gaan wandelen. De meeste mensen doen geen dingen die veel tijd vergen en die bovendien slechts marginale resultaten opleveren. Indien artsen een vorm van lichaamsbeweging zouden voorschrijven die slechts 4 minuten per dag in beslag neemt, zouden veel meer patiënten gestimuleerd kunnen worden dagelijks aan lichaamsbeweging te doen.
De ROM spreekt 12 keer meer spiercellen aan dan wandelen of hardlopen. Zelfs mensen zonder conditie of kracht kunnen met de ROM zeer hoge niveaus van zuurstofverbruik bereiken omdat er bij een ROM training zoveel meer spiercellen bij de zuurstofmetabolisme worden betrokken. De ROM schakelt 55% van al je spieren in over gemiddeld 80% van hun volle bewegingsbereik. Dit houdt in dat 55% x 80%, of 44% van je spiercellen worden betrokken bij het zuurstofverbruik. Dat percentage is 11 keer hoger dan het percentage spiercellen betrokken bij wandelen of hardlopen. TNO heeft in 2006 het spiergebruik tijdens een ROM-training gemeten.
Klik hier om dit TNO-rapport te openen.
Op de ROM komen het aantal herhalingen en de weerstand altijd overeen met het maximale werkvermogen van de gebruiker. Dit omdat de middelpuntvliedende rem op het vliegwiel de weerstand automatisch reguleert zodat deze overeenkomt met de afgenomen kracht van de gebruiker tijdens de training. De kracht die de gebruiker uitoefent bepaalt de snelheid waarmee het wiel ronddraait, die op zijn beurt het aantal herhalingen per minuut bepaalt, en de mate van weerstand die wordt uitgeoefend door de middelpuntvliedende rem.
Iemands maximale aerobische vermogen wordt gemeten als VO2 max. Deze maat drukt de maximale hoeveelheid zuurstof uit waartoe iemand in staat is tijdens extreme inspanning. V02 max. drukt de gecombineerde doeltreffendheid van functioneren uit van de verschillende individuele componenten van het systeem van hart en bloedvaten, bestaande uit het volgende:
- de doeltreffendheid van zuurstoftransport door de longen naar het bloed;
- de staat van de spieren die verantwoordelijk zijn voor de long adem functie;
- de doeltreffendheid om CO2 uit het bloed te transporteren en het uit te ademen;
- de capaciteit van het hart de maximale hoeveelheid bloed te pompen;
- de conditie van de aderen om het bloed te kunnen transporteren;
- de doeltreffendheid om zuurstof en koolhydraten van het bloed naar de spieren te transporteren;
- de doeltreffendheid om CO2 van de spieren weer terug te transporteren in het bloed
SCORE ROM-TRAINING
